ECLI:NL:CRVB:2010:BO9552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum WAJONG-uitkering bij late aanvraag zonder bijzonder geval
Appellant vroeg op 8 oktober 2008 een WAJONG-uitkering aan en stelde dat hij niet eerder op de hoogte was van deze mogelijkheid. Het UWV kende hem een uitkering toe met ingang van 8 oktober 2007, maar weigerde deze eerder te laten ingaan wegens het ontbreken van een bijzonder geval. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn hele leven niet functioneerde als anderen en dat hij door de Intergemeentelijke Sociale Dienst niet tijdig was geïnformeerd over de WAJONG. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak onbekendheid met wet- en regelgeving geen grond is voor een bijzonder geval en dat ook het verzuim van andere instanties, zoals de ISD, dit niet verandert.
De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant pas later zicht kreeg op de ernst van zijn aandoening. Ondanks dat de diagnose ADHD en een persoonlijkheidsstoornis pas in 1998 werd gesteld, had appellant al eerder moeten begrijpen dat zijn beperkingen invloed hadden op zijn arbeidsgeschiktheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat de WAJONG-uitkering niet eerder kan ingaan dan een jaar voor de aanvraagdatum.