ECLI:NL:CRVB:2010:BO9578
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsongeschiktheid voor IVA-uitkering afgewezen
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 2005, vorderde een IVA-uitkering op grond van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Na medische en arbeidsdeskundige onderzoeken concludeerde het UWV dat appellant wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was, omdat verbetering van functionele mogelijkheden mogelijk bleef bij adequate therapie.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing en overhandigde aanvullende medische verklaringen van behandelend specialisten. Deze gaven aan dat er weinig aanwijzingen waren voor herstel, maar ook dat verbetering mogelijk was bij juiste behandeling en herstelgedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef het standpunt van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad overwoog dat de prognose van de bezwaarverzekeringsarts terecht was en dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam was. De mogelijkheid tot verbetering bij adequate therapie leidde tot de conclusie dat appellant niet in aanmerking kwam voor een IVA-uitkering, maar voor voortzetting van de WGA-uitkering.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen en bevestigde de aangevallen uitspraak. De procedure werd in het openbaar afgerond op 24 december 2010.
Uitkomst: Appellant is terecht niet voor een IVA-uitkering in aanmerking gebracht vanwege niet-duurzame arbeidsongeschiktheid.