ECLI:NL:CRVB:2010:BO9606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering hernieuwde WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, met Marokkaanse nationaliteit, ontving sinds 1988 een WAO-uitkering wegens maag- en neusklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Deze uitkering werd in 2003 ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant verzocht in 2006 om hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering vanwege vermeende verslechtering van zijn gezondheid, waaronder psychische klachten.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen voortkomend uit dezelfde oorzaak als de eerdere uitkering. Zowel de rechtbank Amsterdam als de Centrale Raad van Beroep bevestigden dit oordeel na beoordeling van medische rapporten van bezwaarverzekeringsartsen. De Raad oordeelde dat de psychische klachten niet leidden tot toegenomen arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 43a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WAO.
De Raad benadrukte dat het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering in rechte vaststaat en dat in deze procedure niet tegen dat besluit kan worden opgekomen. De medische gegevens gaven geen aanleiding tot twijfel over de juistheid van de eerdere beoordelingen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de hernieuwde WAO-uitkering bevestigd.