ECLI:NL:CRVB:2010:BO9773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.J. de Mooij
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Financiële tegemoetkoming voor woningaanpassing op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten
Appellant diende op 1 juni 2002 een aanvraag in voor een woonvoorziening in de vorm van woningaanpassing op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het College kende aanvankelijk een financiële tegemoetkoming toe van maximaal €52.248,20, gebaseerd op een gelijkvloerse woningaanpassing als goedkoopst adequate voorziening. Na bezwaar werd dit bedrag verhoogd tot €80.551,-- onder toepassing van de hardheidsclausule.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit van het College en beval een nieuwe beslissing. Het College stelde vervolgens het bedrag vast op €83.710,45. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het programma van eisen en de kostenbegroting onvoldoende waren en dat meer aanpassingen nodig waren. De Raad schakelde deskundige Van den Eijnde in, die adviseerde op basis van het goedkoopst adequate voorzieningprincipe en kwam tot een kostenbegroting van €103.429,27.
De Raad constateerde dat het College zich ter zitting conformeerde aan deze kostenbegroting en oordeelde dat er geen reden was hiervan af te wijken. De begroting van appellant was niet gebaseerd op het uitgangspunt van de Wvg en berustte op vermeende toezeggingen die niet rechtsgeldig waren. De Raad vernietigde het besluit van 20 februari 2008, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde zelf dat appellant recht heeft op een financiële tegemoetkoming van €103.429,27. Tevens moet het College het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Appellant heeft recht op een financiële tegemoetkoming van €103.429,27 voor woningaanpassing; het besluit van 20 februari 2008 wordt vernietigd.