ECLI:NL:CRVB:2010:BO9967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eigen bijdrage AWBZ-verblijf ondanks late kennis bewindvoerder
Betrokkene verbleef sinds oktober 2006 in een AWBZ-instelling en werd aanvankelijk geïndiceerd voor tijdelijk verblijf. In maart 2007 werd deze indicatie omgezet naar langdurig verblijf, wat leidde tot een hogere eigen bijdrage vastgesteld door CZ. De bewindvoerder van betrokkene was echter pas later op de hoogte van deze omzetting.
Appellanten stelden dat deze late kennisname onterecht was voor het opleggen van de hoge eigen bijdrage en dat zij daardoor onnodige kosten hadden gemaakt. De Raad oordeelde dat de omzetting van de indicatie rechtsgeldig was en dat CZ hieruit mocht afleiden dat het verblijf niet zou worden beëindigd en terugkeer naar de maatschappij niet werd bewerkstelligd.
Verder werd betwist of fiscale heffingskortingen als betaalde belasting moesten worden beschouwd bij de berekening van het bijdrageplichtig inkomen. De Raad stelde dat de jonggehandicaptenkorting reeds was verwerkt via aftrekposten en dat de dwingendrechtelijke bepalingen van het Bbz en Brz geen ruimte bieden voor aanvullende correcties.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de hoge eigen bijdrage vanaf 5 april 2007 en wijst het hoger beroep af.