ECLI:NL:CRVB:2014:3558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- H.J. Dekker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen hoge bijdrage AWBZ ondanks beroep op uitzonderingssituatie
Appellante is sinds april 2012 opgenomen in een psychiatrische zorginstelling en betaalt op grond van de AWBZ een eigen bijdrage voor haar zorg met verblijf. CAK heeft de eigen bijdrage aanvankelijk laag vastgesteld, maar verhoogde deze na zes maanden naar de hoge eigen bijdrage. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat CAK de berekening voldoende inzichtelijk had gemaakt en de door appellante aangevoerde gegevens onvoldoende waren om een uitzondering op de betalingsverplichting aan te nemen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, onderbouwd met een indicatiebesluit en behandelplan, en stelde dat zij niet wist van de verhoging van de eigen bijdrage. De Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat de verplichting tot betaling van de eigen bijdrage slechts kan worden ontheven indien de zorg niet kwalificeert als AWBZ-zorg en dat dit met verifieerbare gegevens moet worden onderbouwd.
De door appellante overgelegde dagboeken, klachtbrieven en behandelplannen boden onvoldoende bewijs voor een uitzonderingssituatie. CAK toonde bovendien aan dat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de klachtencommissie van de instelling. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoge eigen bijdrage en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende onderbouwing van een uitzonderingssituatie.