ECLI:NL:CRVB:2010:BP1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstandskosten wegens vermeende gezamenlijke huishouding
In deze zaak heeft het College van burgemeester en wethouders van Almelo (appellant) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo waarin het beroep van betrokkene tegen een terugvorderingsbesluit gedeeltelijk werd toegewezen. Appellant stelde dat M. en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor de bijstand ten onrechte was verleend en de kosten mede van betrokkene konden worden teruggevorderd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek van de Sociale Recherche en de verklaringen van M., betrokkene en getuigen beoordeeld. Uit de bevindingen bleek dat M. en betrokkene niet gezamenlijk hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over persoonlijke bezittingen en het ontbreken van voldoende concrete waarnemingen van samenwoning.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding en dat het besluit tot terugvordering daarom onrechtmatig is. Het hoger beroep wordt afgewezen, waarmee de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het besluit dat tegemoetkomt aan het beroep van betrokkene niet verder besproken hoeft te worden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.