ECLI:NL:CRVB:2010:BP7569

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/4679 AW-VV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij ontslag wegens excessief telefoongebruik AMC

Betrokkene was medewerker technische bedrijfsvoering bij het Energiebedrijf van het AMC. Na constatering van extreem hoge telefoonkosten in controle- en regelkamer werd een onderzoek ingesteld dat leidde tot onvoorwaardelijk ontslag wegens excessief bellen naar 09XX-nummers op kosten van het AMC.

De rechtbank vernietigde dit ontslagbesluit omdat onvoldoende vaststond dat betrokkene het plichtsverzuim had gepleegd en gaf verzoeker opdracht nader onderzoek te doen of betrokkene de gedragingen verwijtbaar had gepleegd.

Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg een voorlopige voorziening om schorsing van de uitspraak van de rechtbank, met het oog op het voorkomen van terugkeer van betrokkene in zijn functie.

Nader onderzoek toonde aan dat de opbrengst van de 09XX-nummers aan een website-eigenaar werd uitbetaald, en dat betrokkene deze eigenaar was. De voorzieningenrechter achtte voorshands met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vastgesteld dat betrokkene de telefoongesprekken had gepleegd.

Omdat het spoedeisend belang inmiddels was komen te vervallen en verzoeker een nieuwe beslissing op bezwaar kon nemen, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat voorshands vaststaat dat betrokkene de 09XX-nummers heeft gebeld en terugkeer in functie niet aan de orde is.

Uitspraak

CENTRALE RAAD VAN BEROEP
PROCES-VERBAAL
van de mondelinge uitspraak op 15 oktober 2010 van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
Zitting heeft: M.C. Bruning, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier.
10/4679 A W-VV
Uitspraak inzake het verzoek om voorlopige voorziening van de Raad van Bestuur van het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam (hierna: verzoeker) in verband met het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 26 juli 2010, 10/122, (hierna: aangevallen uitspraak) in het geding tussen [betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), en verzoeker.
Het verzoek om voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 15 oktober 2010. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.G. Beukenkamp, mr. F.A.M. Rethans, P.V. Rigter en in D.J.P. Huigen, allen werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. A. Lange, werkzaam bij ABVAKABO FNV.
De beslissing luidt:
Wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is als volgt gemotiveerd.
1. Betrokkene was werkzaam als medewerker technische bedrijfsvoering A bij het Energiebedrijf van het Academisch Medisch Centrum (hierna: AMC). Nadat was gebleken dat de gesprekskosten over de maand mei 2009 van de telefoon in de controlekamer van het Energiebedrijf en de gesprekskosten gemaakt op 30 april en 1 mei 2009 van de telefoon in de regelkamer extreem hoog waren heeft verzoeker BN Bedrijfsrecherche Nederland B. V. een onderzoek laten instellen naar de oorzaak van de uitzonderlijk hoge telefoonkosten. De bevindingen van dit onderzoek hebben geleid tot het besluit van 8 juli 2009, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 24 november 2009 (hierna: bestreden besluit), waarbij betrokkene de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag is opgelegd. Het aan betrokkene verweten plichtsverzuim bestaat - voor zover in hoger beroep (nog) van belang - uit het tijdens zijn diensten excessief gebruik maken van de telefoonlijnen van het AMC om, op kosten van het AMC, 09XX-nummers te bellen.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak (LJN BN7668) het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldoende komen vast te staan dat betrokkene het hem verweten plichtsverzuim inderdaad heeft gepleegd. Verzoeker zal hetzij nader onderzoek moeten doen verrichten op grond waarvan onomstotelijk kan worden vastgesteld dat betrokkene de hem verweten gedragingen verwijtbaar heeft gepleegd hetzij betrokkene in zijn functie moeten herstellen, aldus de rechtbank.
3. Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Het verzoek strekt ertoe de werking van de aangevallen uitspraak te schorsen totdat door de Raad in de bodemprocedure zal zijn beslist. Verzoeker wenst betrokkene onder geen beding meer toe te laten tot het werk.
4. Bij brief van 11 oktober 2010 heeft verzoeker de Raad bericht dat nader onderzoek is gedaan naar het telefoongebruik vanuit de controlekamer en de regelkamer van het AMC. Volgens verzoeker blijkt uit het onderzoek dat de opbrengst van de 09XX-betaalnummers is uitbetaald aan de eigenaar van de website [naam website] en dat betrokkene de eigenaar is van die website.
5. Op grond van de resultaten van het onder 1 en onder 4 vermelde (nader) onderzoek - in het bijzonder gelet op de inmiddels gebleken connectie tussen de uit de controlekamer en regelkamer van het AMC gepleegde telefoongesprekken en betrokkene, aan wie de opbrengst van die telefoongesprekken kennelijk ten goede kwam - is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komen vast te staan dat het betrokkene is geweest die vanuit de controlekamer en regelkamer van het AMC heeft gebeld met evenbedoelde 09XX-nummers. Het is aan betrokkene om het door verzoeker aangedragen bewijs te ontkrachten.
6. Met het onder 4 vermelde nader onderzoek heeft verzoeker voldaan aan de opdracht van de rechtbank om nader onderzoek te doen verrichten. Het door verzoeker aangeduide (spoedeisend) belang is gelegen in de onwenselijkheid van terugkeer van betrokkene in zijn functie. Nu verzoeker het door de rechtbank noodzakelijk geachte nader onderzoek heeft verricht is terugkeer van betrokkene in zijn functie (thans) niet aan de orde. Verzoeker kan ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar nemen en de uitspraak op het hoger beroep afwachten. Dat betekent dat het spoedeisend belang inmiddels is komen te ontvallen aan de door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 15 oktober 2010
De griffier De voorzieningenrechter,
K. Moaddine M.C. Bruning.