ECLI:NL:CRVB:2011:BP0994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft bij het UWV een WIA-uitkering aangevraagd die op 13 februari 2007 werd geweigerd en deze weigering werd op 13 februari 2008 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en de beperkingen van appellant juist in kaart waren gebracht.
In hoger beroep betoogde appellant dat het onderzoek naar zijn handfunctie onvoldoende zorgvuldig was geweest en dat ook zijn psychische klachten, nek- en schouderklachten en medicijngebruik onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was opgesteld en dat de belastbaarheid in de voorgestelde functies niet overtuigend was gemotiveerd.
De Raad oordeelde dat er geen reden was om aan de zorgvuldigheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek te twijfelen en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De door appellant aangevoerde klachten en medicatie werden voldoende meegenomen in de beperkingen, en de voorgehouden functies waren passend. De brief van de huisarts en medicatieoverzichten gaven geen aanleiding tot herziening.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.