ECLI:NL:CRVB:2011:BP1000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijzonder geval voor latere Wajong-aanvraag volgens artikel 29 lid 2 Wajong
Betrokkene diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht, waarbij hij stelde niet op de hoogte te zijn geweest van de regeling. Appellant handhaafde het besluit om de uitkering toe te kennen vanaf 30 juli 2007, maar de rechtbank vernietigde dit besluit wegens een gebrek aan motivering omtrent het ontbreken van een bijzonder geval.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van appellant gevolgd dat noch bijzondere omstandigheden, noch een motiveringsgebrek aanwezig zijn. De Raad overwoog dat onbekendheid met de regeling geen bijzonder geval oplevert en dat betrokkene niet psychotisch of schizofreen is, wat wel een uitzondering zou kunnen vormen.
De Raad concludeerde dat appellant de relevante omstandigheden voldoende heeft betrokken en gemotiveerd waarom geen sprake is van een bijzonder geval. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de Wajong-uitkering met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.