ECLI:NL:CRVB:2011:BP1144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-tijdelijk verblijf in buitenland
Appellant ontving sinds september 2005 bijstand op grond van de WWB. Hij verbleef laatstelijk in een psychiatrische inrichting en vertrok op 22 juni 2007 samen met zijn moeder naar Gambia. De moeder keerde op 13 juli 2007 terug, appellant niet. Het College trok de bijstand per 22 juni 2007 in vanwege vertrek naar het buitenland.
Na bezwaar stelde het College de intrekking vast per 15 juli 2007, de datum waarop de voorlopige rechterlijke machtiging afliep. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond omdat het verblijf niet tijdelijk was en er geen zeer dringende reden was voor voortzetting van bijstand.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De gezondheidstoestand van appellant bood geen grond voor bijstand na 15 juli 2007 en er waren geen zwaarwegende bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet tijdelijk in het buitenland verbleef en geen zeer dringende reden voor voortzetting van bijstand bestond.