ECLI:NL:CRVB:2011:BP1432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving re-integratieverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en appellante was verplicht deel te nemen aan re-integratievoorzieningen, waaronder een taaltraining Nederlands. Appellante verscheen niet op de eerste zes bijeenkomsten van deze training, wat leidde tot een verlaging van de bijstand met 20% gedurende een maand.
Appellanten voerden aan dat de weigering voortkwam uit geloofsovertuigingen en culturele normen die het volgen van een cursus met mannen onmogelijk maakten. De Raad oordeelde dat deze bezwaren strikt persoonlijk zijn en onvoldoende zwaarwegend om de verplichting op te schorten. Ook het feit dat appellante het voorzieningplan ondertekende waarin zij akkoord ging met de training, en dat het College de mogelijkheid van een vrouwen-only cursus had onderzocht maar dit financieel niet haalbaar was, speelde mee.
De Raad concludeerde dat het College terecht de belangen van de bijstandsgerechtigde tegenover de belangen van de gemeente heeft afgewogen en dat de verlaging van de bijstand terecht was opgelegd. Er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Utrecht bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 20% wegens niet-naleving van de re-integratieverplichting wordt bevestigd.