ECLI:NL:CRVB:2011:BP1575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vrij te laten vermogen
Appellant ontving bijstand over meerdere perioden en heeft nagelaten het College te informeren over bankrekeningen en een erfenis die zijn vermogen aanzienlijk verhoogden. Het College besloot de bijstand over de periode van 1 juli 1997 tot en met 28 februari 2007 in te trekken en de gemaakte kosten terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de bevoegdheid tot terugvordering over de periode van 17 januari 2002 tot 18 november 2003 en stelde vragen bij de vaststelling van zijn vermogen en de vermogensgrens.
De Raad oordeelde dat de aanspraak op de erfenis op het moment van overlijden ontstond en dat het College terecht terugvordering toepaste. Ook was het vermogen van appellant gedurende de periode van 18 november 2003 tot en met 28 februari 2007 hoger dan het vrij te laten vermogen, waardoor intrekking terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen en schending van de inlichtingenplicht.