ECLI:NL:CRVB:2011:BP1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van intrekking bijstand, terugvordering en maatregel bij late aanvraag
Appellant ontving bijstand die door het College werd ingetrokken wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting, met terugvordering van kosten en langdurigheidstoeslag. Na bezwaar en beroep werd de intrekking beperkt tot een eerdere periode en de terugvordering verlaagd. Appellant diende op 2 februari 2007 een nieuwe bijstandsaanvraag in, waarop het College bij besluit van 30 oktober 2007 bijstand verleende met een maatregel van 20% verlaging gedurende 20 maanden en een maandelijkse inhouding voor aflossing.
Appellant maakte bezwaar tegen de maatregel en de aflossingsverplichting, waarbij de rechtbank deels het beroep gegrond verklaarde en deels niet-ontvankelijk. In hoger beroep betoogde appellant dat de lange afhandelingsduur van de aanvraag de redelijke termijn volgens het EVRM had overschreden en dat de maatregel onrechtmatig was opgelegd met terugwerkende kracht, wat strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn van artikel 4:13 Awb Pro geen onrechtmatigheid oplevert en dat de termijn van het EVRM pas begon te lopen bij ontvangst van het bezwaarschrift. De maatregel was in overeenstemming met de Maatregelenverordening en het College was niet onrechtmatig teruggekomen op eerdere standpunten. De aflossingsverplichting was terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant hiertegen geen bezwaar had gemaakt.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af. Er werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking, terugvordering en maatregel en wijst het verzoek om schadevergoeding af.