ECLI:NL:CRVB:2011:BP1899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn voor ANW
Appellante heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot op 29 december 2008. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW ten tijde van zijn overlijden.
Appellante voerde aan dat haar echtgenoot niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, maar dit verzoek om postume toelating tot vrijwillige verzekering werd door de Svb afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij geen aanspraak kon maken op een nabestaandenuitkering, ook niet op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het feit dat appellante zich in een slechte financiële positie bevindt, geen aanleiding geeft om af te wijken van de weigering. De Raad zag ook geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarmee het beroep van appellante wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van verzekering voor de ANW.