ECLI:NL:CRVB:2011:BP2222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische beperkingen
Appellante, sinds 1996 WAO-gerechtigde wegens rechterschouderklachten, kreeg haar uitkering in 2007 ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering per 14 februari 2008 vast op 45-55% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat de medische beperkingen niet waren overschat en zij de voorgestelde functies kon verrichten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten ernstig waren onderschat en dat haar gezondheidssituatie kort voor de datum in geding was verslechterd door progressief vaatlijden.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst van november 2007 juist waren en dat de belastende aspecten van de functies medisch geschikt waren voor appellante. De Raad verwierp het argument van een progressieve ziekte die binnen drie maanden tot verlies van benutbare mogelijkheden zou leiden. Ook de latere ziekenhuisopnames en vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid per eind 2009 wijzigden niets aan de beoordeling op de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het UWV-besluit, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht is herzien naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 14 februari 2008.