ECLI:NL:CRVB:2011:BP2549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht halfwezenuitkering ex-partner onder ANW
Appellante, ex-partner van de overledene, vroeg om een halfwezenuitkering met terugwerkende kracht. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende de uitkering toe vanaf één jaar voor de aanvraag, conform artikel 33 lid 4 ANW Pro, en weigerde verdere terugwerkende kracht omdat er geen bijzonder geval was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat onbekendheid met wettelijke rechten geen bijzonder geval vormt, tenzij sprake is van verschoonbare onbekendheid, wat hier niet werd vastgesteld.
De Raad benadrukte dat het recht op halfwezenuitkering ook geldt voor ex-partners die alimentatie betalen, en dat de actieve informatievoorziening door de Svb sinds 2004 niet leidt tot een verschoonbare onbekendheid. Ook het beleid van de Svb om alleen bij financiële hardheid verder terug te keren, werd niet als onzorgvuldig beoordeeld.
De Raad wees het beroep af en bevestigde het besluit van de Svb, waarmee de halfwezenuitkering met terugwerkende kracht van één jaar werd toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot toekenning van de halfwezenuitkering met terugwerkende kracht van één jaar wordt bevestigd.