ECLI:NL:CRVB:2011:BP3513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens overuren niet meetellen voor arbeidsurenverlies
Betrokkene werkte als loodsmedewerker meer dan veertig uur per week, waarbij de extra uren als overuren werden betaald. Appellant, het UWV, heeft het recht op een WW-uitkering ontzegd omdat deze overuren niet meetellen voor het bepalen van het gemiddeld aantal arbeidsuren per week (gaa) volgens artikel 4a van de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er sprake was van een bestendige praktijk waardoor de arbeidsovereenkomst feitelijk 52,5 uur per week bedroeg en betrokkene dus arbeidsurenverlies leed. De Centrale Raad vernietigt deze uitspraak omdat niet is gebleken dat de werkgever betrokkene kon verplichten tot het structureel verrichten van overuren. De extra uren werden als overwerk beschouwd en betaald, zonder pensioenopbouw, en de werkgever stelde een maximum van 48 uur per week.
De Raad concludeert dat de extra uren terecht als overuren zijn aangemerkt en niet meetellen voor het gaa. Hierdoor heeft betrokkene geen arbeidsurenverlies geleden en is het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad oordeelt dat de extra uren als overuren gelden en betrokkene geen recht heeft op WW-uitkering wegens geen arbeidsurenverlies.