ECLI:NL:CRVB:2011:BP3890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstandsverlaging wegens onjuiste grondslag en matiging maatregel
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en werd in 2007 door het College een re-integratietraject aangeboden gericht op arbeidsinschakeling. Hij weigerde een arbeidsovereenkomst bij Dethon, een gesubsidieerde voorziening, te tekenen en solliciteren. Het College legde daarop een 100% verlaging van de bijstand op voor een maand wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de aangeboden functie bij Dethon geen algemeen geaccepteerde arbeid betrof, maar een voorziening als bedoeld in de WWB, waardoor het College appellant ten onrechte verwijtbaar heeft gehouden de verplichting uit artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB niet na te komen.
Wel stelt de Raad vast dat appellant in strijd met artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB heeft gehandeld door het traject niet te volgen. De medische beperkingen van appellant vormen volgens de Raad geen beletsel voor het verrichten van de werkzaamheden. De Raad matigt daarom de verlaging tot 50% van de bijstandsnorm gedurende een maand en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
De Raad bepaalt tevens dat het College het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 februari 2011.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met 50% verlaagd gedurende een maand in plaats van 100%, en eerdere besluiten worden vernietigd.