ECLI:NL:CRVB:2011:BP3994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terugwerkende kracht bijstand na overschrijding termijn
Appellant diende een aanvraag om bijstand in op 27 juni 2007, welke door het College werd afgewezen. Na bezwaar en beroep werd dit besluit onherroepelijk. Appellant werd door zijn gemachtigde geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen twee weken een nieuwe aanvraag te doen met terugwerkende kracht tot 17 januari 2008. Appellant deed deze aanvraag echter pas op 22 april 2008 en vroeg terugwerkende kracht tot 13 januari 2008, onder verwijzing naar een vakantie in België, zonder bewijs.
Het College kende bijstand toe vanaf 22 april 2008 en stelde bij bezwaar dat appellant zich tijdig had kunnen melden maar dit niet had gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de termijn van twee weken onredelijk was en dat bijzondere omstandigheden bestonden voor terugwerkende kracht.
De Raad oordeelt dat de toezegging van het College een buitenwettelijke en onverplichte toezegging was en dat het College niet verplicht was appellant te wijzen op de mogelijkheid van een nieuwe aanvraag. De termijn van twee weken is redelijk en niet ter toetsing aan de bestuursrechter. Volgens vaste rechtspraak kan terugwerkende kracht alleen bij bijzondere omstandigheden worden toegekend, welke hier niet zijn aangetoond. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van terugwerkende kracht bij bijstand bevestigd.