ECLI:NL:CRVB:2011:BP4004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellant, na detentie, vroeg bijstand aan met ingang van 27 juni 2007 en gaf aan alleenwonend te zijn op een adres waar ook zijn broer en een andere persoon stonden ingeschreven. Gemeentelijke rapporteurs constateerden bij huisbezoeken onduidelijkheden over de feitelijke bewoning en appellant kon geen toegang tot de woning verschaffen.
Het College wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woon- en verblijfssituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dat de onduidelijkheden en het verhinderen van onderzoek door appellant het recht op bijstand niet konden worden vastgesteld.
De Raad verwierp het betoog dat het College nader onderzoek had moeten doen, omdat appellant zelf het onderzoek onmogelijk maakte. Ook vond de Raad dat de rechtbank terecht andere beroepsgronden als subsidiair had bestempeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie.