ECLI:NL:CRVB:2011:BP4322

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2104 WAZ-R + 08-2450 WAZ-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van uitspraak Centrale Raad van Beroep over bezwaar UWV

De Centrale Raad van Beroep heeft op 9 februari 2011 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 15 december 2010 (zaaknummers 07/2104 + 08/2450 WAZ). Deze rectificatie betreft een onvolledige beslissing in rubriek III van de oorspronkelijke uitspraak, waarin een aanvullende beslissing is toegevoegd dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Daarnaast is in rubriek II, rechtsoverweging 5, een passage toegevoegd waarin wordt aangegeven dat het verzoek van appellant om vergoeding van kosten in verband met de bezwaarprocedure niet wordt toegewezen, omdat nadere besluitvorming door het UWV noodzakelijk is. Het UWV wordt daarbij opgedragen bij de nieuwe besluitvorming ook aandacht te besteden aan dit verzoek.

De rectificatie is tot stand gekomen nadat de appellant via haar advocaat een kennelijke fout in de oorspronkelijke uitspraak had gemeld. De Raad heeft partijen de gelegenheid gegeven zich schriftelijk uit te laten over de rectificatie, maar bij gebleken ontbreken van bezwaar is de rectificatie ongewijzigd vastgesteld.

De gerectificeerde uitspraak vervangt de oorspronkelijke en wordt gepubliceerd op rechtspraak.nl onder hetzelfde LJN-nummer. Hiermee wordt de procedure correct afgerond en wordt het bestuursorgaan verplicht een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met de uitspraak van de Raad.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep rectificeert haar uitspraak en bepaalt dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen.

Uitspraak

07/2104 WAZ-R
08/2450 WAZ-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 15 december 2010, 07/2104 + 08/2450 WAZ
Partijen:
1. [Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
2. de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 februari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A.E.L.T. Balkema, advocaat te Arnhem, de Raad bij faxbericht 20 december 2010 meegedeeld van mening te zijn dat de uitspraak van 15 december 2010 een kennelijke fout in de beslissing of in de dragende overwegingen bevat.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Aangezien binnen de gegeven termijn geen reactie is ontvangen, gaat de Raad ervan uit dat partijen geen bezwaar hebben tegen de verbetering.
II. OVERWEGINGEN
1.1. In rubriek II, rechtsoverweging 5 ontbreekt na de tweede volzin het navolgende: “Het verzoek van appellante om vergoeding van de kosten, die zij in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, komt thans niet voor toewijzing in aanmerking, omdat nadere besluitvorming door het Uwv noodzakelijk is. Het Uwv zal bij zijn nadere besluitvorming tevens aandacht dienen te besteden aan dit verzoek van appellante.”
1.2. In rubriek III is een onvolledige beslissing gegeven. Na de beslissing “Verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 en 2 gegrond en vernietigt die besluiten” volgt de navolgende beslissing:
“Bepaalt dat het Uwv een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak van de Raad”
2. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Rectificeert zijn uitspraak van 15 december 2010, 07/2104 + 08/2450 WAZ, met de wijzigingen als in rubriek II is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt als voorzitter en T. Hoogenboom en C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2011.
(get.) H. Bolt.
(get.) M.D.F. de Moor.
TM