ECLI:NL:CRVB:2011:BP4815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.N.A. Bootsma
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens betrokkenheid bij internationale drugshandel
Appellant ontving bijstand van 1995 tot 2001, later samen met zijn echtgenote. Naar aanleiding van een strafrechtelijk financieel onderzoek en een mededeling van de politie werd een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit het onderzoek bleek dat appellant internationaal gesignaleerd was voor drugshandel en veroordeeld werd door het Criminal Court van Malta.
Het College trok de bijstand over de periode van 1997 tot 2005 in en vorderde de kosten terug, waarbij appellant en zijn echtgenote hoofdelijk aansprakelijk werden gesteld. De rechtbank vernietigde het eerste besluit wegens ondeugdelijke motivering, waarna het College een nieuw besluit nam dat opnieuw werd bestreden.
In hoger beroep stelt appellant dat slechts vermoedens bestaan van betrokkenheid bij drugshandel, maar de Raad verwijst naar de Maltese veroordeling als bewijs. Door het niet verstrekken van informatie over de inkomsten heeft appellant de inlichtingenplicht geschonden, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.