ECLI:NL:CRVB:2011:BP5025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering per 15 maart 2009 door het UWV, nadat deze eerst per 11 november 2008 was ingetrokken. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek naar zijn beperkingen zorgvuldig was verricht en dat de vastgestelde beperkingen juist waren. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn klachten niet volledig waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat bepaalde functies zijn belastbaarheid overschreden.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige gingen uitvoerig in op de klachten van appellant, waaronder eczeem en hernia hiatus oesophagus, en concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen medische bezwaren waren tegen de voorgehouden functies. De Raad volgde dit oordeel en vond dat appellant onvoldoende medische onderbouwing had geleverd om de bevindingen te betwisten.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 februari 2011.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant per 15 maart 2009 wordt bevestigd.