ECLI:NL:CRVB:2011:BP5183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op studiefinanciering na verbruik van studiefinancieringsrechten en afwijzing verlenging
Appellant had per 1 oktober 1997 studiefinanciering toegekend gekregen voor hoger onderwijs en verzocht om verlenging van de opnametermijn van zijn studiefinancieringsrechten. De Minister wees dit verzoek af en verleende slechts gedeeltelijk studiefinanciering over enkele maanden, waarna verdere toekenning werd geweigerd vanwege het verstrijken van de diplomatermijn en leeftijdsvoorwaarden.
Appellant stelde dat de wettelijke bepalingen inzake verlenging van de diplomatermijn en opnametermijn een nieuw recht op studiefinanciering creëerden, wat de Minister betwistte. De Raad oordeelde dat artikel 2.13, eerste lid, onder b, van de Wsf 2000 geen recht op studiefinanciering voor 10 jaar vestigt, maar slechts een termijn stelt waarbinnen aanspraken moeten worden geëffectueerd.
De verlenging van de diplomatermijn en opnametermijn ziet volgens de Raad niet op het creëren van een nieuw recht, maar alleen op het verlengen van de periode waarbinnen bestaande aanspraken kunnen worden verzilverd. Omdat appellant zijn rechten volledig had verbruikt, was verdere toekenning illusoir. De hardheidsclausule werd niet toegepast. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde de Minister in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verdere toekenning van studiefinanciering wordt geweigerd.