ECLI:NL:CRVB:2012:BX1626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot intrekking studiefinanciering wegens verstrijken maximale termijn
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat per 1 september 2010 zijn recht op studiefinanciering werd beëindigd vanwege het verstrijken van de maximale termijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant geen recht meer had op studiefinanciering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege omstandigheden buiten zijn schuld recht zou moeten hebben op studiefinanciering en dat de wet anders uitgelegd moest worden. Tevens stelde hij dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wetstekst van artikel 2.13, eerste lid, aanhef en onder b, Wsf 2000 duidelijk is en geen afwijkende uitleg toelaat. Ook is geen sprake van omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De Raad bevestigde dat het besluit voldoende is gemotiveerd en dat de rechtbank de gronden juist heeft beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van studiefinanciering wordt bevestigd.