ECLI:NL:CRVB:2011:BP5572
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand, waarbij het College van burgemeester en wethouders van Groningen bij besluiten van 9 juli 2007 de bijstand introk en de kosten over circa tien jaar terugvorderde wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De Raad oordeelt dat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor gezamenlijke huishouding van 1998 tot 2006, maar wel voor de periode van 25 december 2006 tot 9 juli 2007. De intrekking van bijstand en terugvordering over de gehele periode is daarom onterecht.
De Raad vernietigt het besluit voor de periode vóór 25 december 2006 en bepaalt dat de intrekking en terugvordering alleen gelden vanaf die datum. Tevens wordt het College opgedragen het bedrag van de terugvordering opnieuw te berekenen en nieuwe besluiten te nemen.
De Raad verwerpt het verweer dat appellante onder druk verklaarde en oordeelt dat de terugvordering niet is verjaard. De uitspraak leidt tot een gedeeltelijke toewijzing van het hoger beroep en vernietiging van eerdere uitspraken.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand worden beperkt tot periode vanaf 25 december 2006; eerdere besluiten worden vernietigd.