ECLI:NL:CRVB:2011:BP6877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens niet meewerken aan huisbezoek onvoldoende gemotiveerd
Appellant vroeg bijstand aan na het beëindigen van zijn dienstverband, maar het College weigerde deze omdat appellant niet meewerkte aan een huisbezoek. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek.
De Raad beoordeelt dat het College onvoldoende concrete en objectieve feiten heeft aangevoerd die gerede twijfel aan de juistheid van de opgegeven woonsituatie rechtvaardigen. De Raad vindt dat de verklaringen van appellant over zijn woon- en leefsituatie consistent zijn en dat de omstandigheid dat appellant geen sleutel van de woning had niet doorslaggevend is.
Daarom is de afwijzing van de aanvraag onvoldoende gemotiveerd en wordt het besluit vernietigd. De Raad draagt het College op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wijst de Raad erop dat de ingangsdatum van de bijstand niet kan worden vastgesteld op een datum vóór de eerste aanvraag bij de CWI.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.