ECLI:NL:CRVB:2012:BX8489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit bijstand wegens twijfel over feitelijke woonsituatie en bewijsvoering
De zaak betreft een hoger beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen inzake de aanvraag van bijstand door appellant. Na een eerdere tussenuitspraak heeft het college een nieuw besluit genomen, waarin het bezwaar van appellant opnieuw ongegrond werd verklaard vanwege onvoldoende bewijs over zijn financiële situatie en feitelijke woonsituatie.
De Raad oordeelt dat appellant niet is geslaagd in zijn bewijslast om aannemelijk te maken dat hij in de periode van 6 september 2007 tot en met 5 juli 2011 in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde. De enkele stelling dat hij door familie werd onderhouden, wordt niet ondersteund door objectieve bewijsstukken. Ook de verklaring van zijn zus over een lening is onvoldoende concreet en onderbouwd.
Het college heeft daarom terecht de aanvraag afgewezen. De Raad verklaart het beroep tegen dit besluit ongegrond, vernietigt het eerdere besluit van 12 maart 2008 en wijst het college op de verplichting een nieuwe beslissing te nemen. Daarnaast wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase in onderzoek genomen en wordt de Staat der Nederlanden als partij in die procedure aangemerkt.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak is gedaan door voorzitter A.B.J. van der Ham en griffier A.C. Oomkens op 25 september 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 5 juli 2011 wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding; het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt heropend.