ECLI:NL:CRVB:2011:BP7243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijke kasstortingen en buiten behandeling stellen aanvraag
Appellante ontving bijstand en werd geconfronteerd met besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 2005-2007 vanwege niet gemelde kasstortingen op een verzwegen bankrekening. Het College en de Sociale verzekeringsbank (Svb) achtten deze kasstortingen als inkomen, omdat de herkomst onduidelijk bleef. Appellante stelde dat de kasstortingen spaargelden waren opgebouwd uit haar bijstandsuitkering, maar kon dit niet aannemelijk maken met controleerbare gegevens.
Daarnaast werd een nieuwe aanvraag om bijstand buiten behandeling gesteld omdat appellante niet alle gevraagde bankafschriften binnen de gestelde termijn had verstrekt en geen uitstel had gevraagd. De Raad oordeelde dat de Svb bevoegd was deze aanvraag buiten behandeling te stellen, ook al ontbrak slechts één bankafschrift, omdat appellante reeds twee keer in de gelegenheid was gesteld de gegevens aan te leveren.
De Raad verwierp het beroep van appellante tegen beide besluiten en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 maart 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.