ECLI:NL:CRVB:2011:BP7249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gelijkstelling prepensioenuitkering met ouderdomspensioen voor WW-uitkering
Appellante heeft na een ziekteperiode een WW-uitkering aangevraagd, die door het UWV werd geweigerd omdat zij een prepensioenuitkering ontving die hoger was dan de WW-uitkering. Het UWV bracht deze prepensioenuitkering in mindering op de WW-uitkering op grond van artikel 34 van Pro de WW en de regeling Gelijkstelling van uitkeringen met ouderdomspensioen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat de prepensioenuitkering volgens de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel een vervroegde uitbetaling van het ouderdomspensioen betreft. De Raad onderschrijft dit oordeel en oordeelt dat het latere tijdstip van beëindiging van de dienstbetrekking geen invloed heeft op het karakter van de uitkering.
Appellante stelde dat zij niet correct was geïnformeerd door het UWV, maar de Raad concludeert dat het UWV adequaat heeft gecommuniceerd, zowel telefonisch als schriftelijk. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de prepensioenuitkering gelijkgesteld wordt met ouderdomspensioen en in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering.