ECLI:NL:CRVB:2011:BP7635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig huishoudelijk medewerkster, meldde zich ziek met psychische en voetklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij slechts beperkt was in haar functioneren, met een verlies aan verdienvermogen van 8,6%, en wees de uitkering af.
In bezwaar en vervolgens bij de rechtbank werd dit besluit bevestigd. Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, vooral vanwege haar hypothyreoïdie en de aard van de functies die zij geacht werd te kunnen vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek, uitgevoerd door een sociaal geneeskundige en een bezwaarverzekeringsarts, zorgvuldig en volledig was. De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen te herzien en stelde vast dat de functies productiemedewerker industrie, inpakker en huishoudelijk medewerker medisch gezien binnen haar bereik liggen.
Ook de bezwaren over onvoldoende afwisseling in houding bij de functies werden verworpen, omdat er geen signaleringen waren die duidden op overschrijding van haar belastbaarheid. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.