ECLI:NL:CRVB:2011:BP7649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van Ziektewet- en Toeslagenwet-uitkeringen na verhoging WAO-uitkering
Betrokkene ontving sinds 2002 een WAO-uitkering en vanaf 2006 tevens een Ziektewet- en Toeslagenwet-uitkering. Na een herziening van de WAO-uitkering per 7 juni 2006, waarbij de uitkering werd verhoogd, stelde appellant vast dat ten onrechte ZW- en TW-uitkeringen waren verstrekt over de periode van 7 juni 2006 tot en met 30 juni 2007. Deze uitkeringen werden ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond omdat voorafgaand aan de terugvorderingsbesluiten geen intrekkings- of herzieningsbesluiten waren genomen. Appellant stelde in hoger beroep dat een brief van 22 januari 2008 als herzieningsbesluit moet worden gezien en dat het terugvorderingsbesluit tevens een intrekkingsbesluit bevatte.
De Raad oordeelde dat de brief van 22 januari 2008 een herzieningsbesluit bevatte en dat het terugvorderingsbesluit van 21 april 2008 tevens een intrekkingsbesluit inhield. Hoewel de formulering van de besluiten voor verbetering vatbaar was, waren deze voldoende duidelijk voor betrokkene. Er was geen grond om de intrekking onjuist te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de Ziektewet- en Toeslagenwet-uitkeringen bevestigd.