ECLI:NL:CRVB:2011:BP7700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding ondanks scheiding
Appellanten, gescheiden van tafel en bed sinds 1997, ontvingen bijstand volgens de norm voor alleenstaande respectievelijk alleenstaande ouder. De Sociale Recherche stelde vast dat zij feitelijk een gezamenlijke huishouding voerden, wat leidde tot herziening en intrekking van de bijstand over de periode 1999-2006 en terugvordering van ruim € 48.000.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Dagelijks Bestuur een onjuiste maatstaf hanteerde door het recht op bijstand te toetsen aan gezamenlijke huishouding in plaats van duurzaam gescheiden leven. Uit het onderzoek blijkt dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden, omdat zij samenleven als gehuwd gezin en dit door ten minste één van hen als bestendig wordt bedoeld.
De Raad vernietigt de aangevallen uitspraken en de besluiten van 23 maart 2009, maar laat de rechtsgevolgen van die besluiten in stand. Er is geen sprake van schending van het huisrecht bij het onderzoek door ambtenaren. Het Dagelijks Bestuur wordt veroordeeld in de proceskosten van appellanten. De uitspraak bevestigt dat duurzaam gescheiden leven vereist is voor bijstand als alleenstaande ouder.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot herziening en intrekking van bijstand omdat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden en veroordeelt het Dagelijks Bestuur in de proceskosten.