ECLI:NL:CRVB:2011:BP7860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 23 april 2007 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Utrecht. Deze aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld en later, bij besluit van 10 maart 2008, definitief afgewezen wegens onvoldoende naleving van de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 WWB Pro.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat hij alle noodzakelijke gegevens had verstrekt en dat het College ten onrechte had geoordeeld dat hij niet aan zijn inlichtingenverplichting had voldaan.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht had gegeven in de besteding van een verduisterd bedrag van ruim € 900.000,-- uit 2001, dat volgens het College relevant was voor de beoordeling van zijn recht op bijstand. De door appellant overgelegde verklaring van verlies/diefstal van een deel van het geld in Tunesië werd onvoldoende geacht om de onduidelijkheden weg te nemen.
Daarmee was het College terecht van oordeel dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Centrale Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting.