ECLI:NL:CRVB:2011:BP7880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening besluit intrekking bijstand wegens onjuiste woonsituatie en schending inlichtingenplicht
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande en gaf op te wonen op een bepaald adres. Het College trok bijstand in over de periode van 26 oktober 2006 tot en met 28 februari 2007 wegens onduidelijkheid over de woonsituatie en het niet melden van het niet duurzaam gescheiden leven van betrokkene met zijn echtgenote [H.].
De Raad oordeelt dat de intrekking over de periode van 26 oktober tot 8 november 2006 onvoldoende is onderbouwd omdat de verklaringen van [E.] en andere gegevens geen steun bieden voor het standpunt dat betrokkene toen niet op het opgegeven adres woonde. Dit deel van het besluit wordt vernietigd.
Voor de periode van 8 november 2006 tot 28 februari 2007 is vastgesteld dat betrokkene niet aan zijn inlichtingenplicht voldeed en niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote, waardoor hij geen recht had op bijstand als alleenstaande. De intrekking en terugvordering over deze periode zijn gerechtvaardigd.
De Raad draagt het College op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering van bijstandskosten, rekening houdend met de gehuwdennorm vanaf 1 februari 2007.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 26 oktober tot 8 november 2006 en bevestigd voor de periode 8 november 2006 tot 28 februari 2007; het College moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering.