ECLI:NL:CRVB:2011:BP7915
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Toepassing anticumulatiebepaling bij vermindering buitengewoon pensioen door WIA-uitkering
Appellant, geboren in 1944, ontving een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp) vanwege psychische klachten die verband houden met het verzet van zijn ouders. Daarnaast ontvangt appellant een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die deels is gebaseerd op dezelfde psychische klachten.
Appellant maakte bezwaar tegen de volledige vermindering van zijn buitengewoon pensioen met de WIA-uitkering, stellende dat alleen 70% van de WIA-uitkering in mindering mocht worden gebracht omdat de WIA-uitkering ook rekening hield met fysieke klachten. Verweerder stelde dat de volledige WIA-uitkering in mindering mocht worden gebracht omdat beide uitkeringen voortkomen uit hetzelfde feit.
De Raad overwoog dat appellant zijn werkzaamheden als leraar moest staken vanwege psychische klachten en dat de fysieke klachten hem niet belemmerden in zijn functie. De WIA-uitkering is toegekend vanwege dezelfde psychische klachten als het buitengewoon pensioen, zodat sprake is van het 'zelfde feit' in de zin van artikel 12, derde lid, van de Wbp.
De Raad concludeerde dat de anticumulatiebepaling correct is toegepast en verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de volledige vermindering van het buitengewoon pensioen met de WIA-uitkering is geoorloofd.