ECLI:NL:CRVB:2011:BP7979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die haar beroep ongegrond verklaarde inzake het recht op ziekengeld. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat de conclusie dat appellante geschikt was voor haar eigen werk kon worden gedragen. De diabetes van appellante werd als goed gereguleerd beoordeeld, waardoor geen arbeidsbelemmeringen werden vastgesteld. Ook ten aanzien van andere lichamelijke en psychische klachten ontbraken medische stukken die een andere situatie zouden aantonen.
In hoger beroep heeft appellante onvoldoende medische onderbouwing geleverd om het oordeel van de rechtbank te weerleggen. De Raad benadrukt dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie op 9 augustus 2006 en dat schommelingen in de gezondheidstoestand voor of na die datum buiten beschouwing blijven. Volgens artikel 19 van Pro de Ziektewet heeft een verzekerde alleen recht op ziekengeld bij objectief vastgestelde ongeschiktheid door ziekte, hetgeen hier niet is aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden en uitgesproken op 16 maart 2011.
Uitkomst: Het beroep op ziekengeld wordt afgewezen omdat appellante op 9 augustus 2006 niet arbeidsongeschikt was.