ECLI:NL:CRVB:2011:BP8922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in tweede spoor
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van een werknemer in het tweede spoor. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsverplichting met 52 weken omdat de werkgever het tweede spoor voortijdig stopzette zonder deugdelijke grond.
De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, mede omdat de bedrijfsarts zijn advies uitsluitend baseerde op informatie van de werknemer en niet zelf contact opnam met de behandelend sector. De werkgever mocht niet afgaan op het advies van de bedrijfsarts zonder eigen toetsing of deskundigenoordeel.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze conclusie. De Raad stelde vast dat het re-integratietraject slechts kort liep en voortijdig werd stopgezet, terwijl de werknemer wel degelijk benutbare mogelijkheden had voor passend werk. De werkgever miste hierdoor kansen voor re-integratie. De Raad benadrukte dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie bij de werkgever ligt, ook ten aanzien van de door haar ingeschakelde bedrijfsarts.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de loonsanctie oplegde en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor wordt bevestigd.