ECLI:NL:CRVB:2011:BP9106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij niet tijdig verstrekken gevraagde gegevens WWB-aanvraag
Appellant heeft op 27 november 2007 een aanvraag om bijstand ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College heeft appellant verzocht om aanvullende bankafschriften te overleggen, met een uiterste termijn die uiteindelijk tot 27 december 2007 is verlengd. Appellant heeft het gevraagde bankafschrift met volgnummer vijf pas op 10 januari 2008 overgelegd, dus na de gestelde termijn.
Het College heeft de aanvraag daarop met toepassing van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld wegens onvolledige gegevens. Tevens is het eerder verstrekte voorschot teruggevorderd op grond van artikel 58 van Pro de Wet werk en bijstand, omdat geen recht op bijstand is vastgesteld. Het bezwaar van appellant tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag is door het College niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar prematuur was.
De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen. De Raad stelt vast dat de termijn voor het nemen van een besluit door het College door het verzoek om aanvullende gegevens rechtsgeldig is opgeschort. Hierdoor was de termijn voor het nemen van een beslissing op het moment van het indienen van het bezwaar nog niet verstreken, zodat geen sprake is van een besluitgelijkgestelde niet tijdige beslissing. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op de WWB-aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.