ECLI:NL:CRVB:2011:BP9716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand vanaf 2003 en beschikte naast een bekende rekening over twee niet opgegeven bankrekeningen. Het College ontdekte dit via een samenloopsignaal en stelde vast dat appellant kasstortingen deed zonder plausibele verklaring. Het College legde een punitieve maatregel op en trok de bijstand over de betreffende periode in, met terugvordering.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit wegens het ontbreken van een hoorzitting, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet opzettelijk handelde en dat het College niet bevoegd was tot intrekking naast de opgelegde maatregel.
De Raad oordeelt dat de schending van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor intrekking en terugvordering van bijstand. De stortingen worden als inkomen aangemerkt, waardoor appellant geen recht had op bijstand in die maanden. De intrekking is geen bestraffing maar een herstelmaatregel. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.