ECLI:NL:CRVB:2011:BP9870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering WSNP
Betrokkene diende op 7 mei 2009 een aanvraag in voor bijzondere bijstand ter vergoeding van voorschotten op het salaris van de WSNP-bewindvoerder. Het College van burgemeester en wethouders van Roermond stelde de aanvraag buiten behandeling wegens het ontbreken van een door de rechter-commissaris genomen betalingsbeslissing.
De rechtbank oordeelde dat het College niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen, omdat het gevraagde bewijsstuk niet aanwezig was en betrokkene daar geen verwijt van kon worden gemaakt. Het College moest inhoudelijk op de aanvraag beslissen. In hoger beroep handhaafde het College haar standpunt, stellende dat bij een ontoereikend boedelactief geen betalingsverplichting bestond.
De Raad verwierp het standpunt van het College en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad overwoog dat de gevraagde beslissing van de rechter-commissaris geen noodzakelijk gegeven was voor de beoordeling van de aanvraag en dat het College ten onrechte artikel 4:5 Awb Pro had toegepast om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De Raad bepaalde dat het College alsnog een inhoudelijk besluit moet nemen en wees op de bestaande overeenstemming dat betrokkene geen inkomen boven de beslagvrije voet had, waardoor geen toereikend boedelactief was voor de voorschotten. Tevens werd het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het College moet de aanvraag bijzondere bijstand inhoudelijk beoordelen en de proceskosten van betrokkene vergoeden.