ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering arbeidsinschakeling bij voorgenomen remigratie
Appellant ontving een bijstandsuitkering en was verplicht deel te nemen aan een traject gericht op arbeidsinschakeling. Hij weigerde dit traject te ondertekenen vanwege medische klachten en voorgenomen remigratie naar Marokko.
Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage verlaagde de bijstand met 100% omdat appellant niet meewerkte aan het traject, wat volgens de WWB en de gemeentelijke verordening rechtvaardigde verlagingen oplevert. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn remigratie en afstand van de Nederlandse nationaliteit dringende redenen vormden om de verlaging achterwege te laten. De Raad oordeelde dat zolang de bijstand wordt ontvangen, de verplichtingen blijven gelden en dat er ten tijde van de maatregel nog geen concrete remigratiebeslissing was.
De Raad concludeerde dat de verlaging terecht was opgelegd en dat de voorgenomen remigratie geen grond bood om van de maatregel af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% wegens weigering arbeidsinschakeling wordt bevestigd ondanks voorgenomen remigratie.