ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hihorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening besluit intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij het UWV verzocht om terug te komen op het besluit van 5 augustus 2002 waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen en ook in bezwaar niet herzien. Appellant stelde in hoger beroep dat de herbeoordeling in 2002 niet correct was verlopen, mede door administratieve omzettingen, en dat op grond van jurisprudentie, redelijkheid en een interne UWV-instructie herziening gerechtvaardigd zou zijn.
De Raad overwoog dat appellant in hoger beroep geen nieuwe gronden of feiten heeft aangevoerd die niet reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De aangevoerde stukken en jurisprudentie vormden geen nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Ook het beroep op de interne instructie voor ME/CVS-patiënten faalde, omdat niet was gebleken dat appellant destijds onder die categorie viel.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het UWV niet verplicht was om terug te komen op het besluit van 5 augustus 2002. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 1 april 2011 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.