ECLI:NL:CRVB:2011:BT6514
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening en terugvordering WW-uitkering zonder nieuwe feiten
Verzoeker was werkzaam voor een werkgever en kreeg een WW-uitkering toegekend. Het UWV herzag deze uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, inclusief een boete. Verzoeker maakte bezwaar en voerde aan dat hij geen grensarbeider was en dat administratieve gegevens ontbraken.
De rechtbank en de Raad bevestigden de besluiten van het UWV. Verzoeker verzocht vervolgens om terug te komen op deze besluiten, maar het UWV wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde argumenten van verzoeker geen nieuwe feiten waren, maar herhalingen van eerdere standpunten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak onderstreept het belang van het aanvoeren van nieuwe feiten of omstandigheden bij verzoeken om terug te komen op bestuursbesluiten en bevestigt de rechtmatigheid van het UWV-besluit.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de besluiten inzake herziening en terugvordering van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.