ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over toekenning militair invaliditeitspensioen en bijzondere invaliditeitsverhoging
Appellant, een voormalig beroepsmilitair, heeft een militair invaliditeitspensioen toegekend gekregen met ingang van 1 december 2006, vastgesteld op een invaliditeitspercentage van 20%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij de ingangsdatum en de mate van invaliditeit werden bevestigd.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellant onafgebroken in dienst is geweest tot zijn ontslag per 1 december 2006 en dat het pensioen terecht vanaf die datum is toegekend. De Raad bevestigt dat de mate van invaliditeit van 20% niet is onderschat, mede gelet op medische rapporten die een verbetering van het psychisch functioneren aantonen sinds 2004.
Echter, de Raad constateert dat het bestreden besluit niet heeft beslist over de bijzondere invaliditeitsverhoging van 5%, terwijl dit volgens de medische gegevens niet uitgesloten is. Daarom vernietigt de Raad het besluit deels en draagt de minister op binnen zes weken alsnog over deze verhoging te beslissen, conform het nieuwe beleid dat sinds 1 juli 2008 geldt.
Uitkomst: Het besluit over de bijzondere invaliditeitsverhoging wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen hierover alsnog te beslissen.