ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAZ-uitkering wegens fiscale inkomsten zelfstandige
Appellante, een zelfstandige kapster en nagelstyliste, ontving een WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV besloot haar uitkering vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2007 op nihil te stellen vanwege toegenomen inkomsten uit arbeid, gebaseerd op fiscale winstcijfers. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de winststijging het gevolg was van kostenbesparingen en niet van eigen arbeid, en dat het UWV te laat handelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de voor de fiscus gemaakte keuze omtrent inkomsten in beginsel bepalend is voor de WAZ en dat het UWV de inkomsten correct had vastgesteld. De Raad verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen schriftelijke toezeggingen of gerechtvaardigde verwachtingen bestonden.
Verder oordeelde de Raad dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor haar stelling dat zij minder dan 38 uur per week werkte, zoals zij aanvankelijk had opgegeven. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De korting op de WAZ-uitkering van appellante is terecht vastgesteld en het hoger beroep wordt afgewezen.