ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0864
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte ingangsdatum Wajong-uitkering bij geen bijzonder geval
Appellante stelde dat het UWV ten onrechte heeft geweigerd haar Wajong-uitkering met terugwerkende kracht toe te kennen vanaf haar 18e verjaardag. Het UWV handhaafde het besluit dat de uitkering ingaat vanaf 4 maart 2008, omdat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wajong.
De Raad overwoog dat alleen bijzondere gevallen, zoals het buiten staat zijn om tijdig een aanvraag in te dienen of het ontkennen van ziekte bij psychotische aandoeningen, aanleiding kunnen geven tot een afwijking van de standaard ingangsdatum. Onbekendheid met de regelgeving of het bestaan van de uitkering vormt geen bijzonder geval.
Appellante had aangegeven niet te weten dat de voorziening bestond en niet te weten wat er met haar aan de hand was. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellante buiten staat was om tijdig een aanvraag te doen, mede omdat zij wel in staat was verschillende dienstverbanden aan te gaan en een bijstandsuitkering aan te vragen.
Daarom was het besluit van het UWV juist en de rechtbank heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wajong-uitkering is correct vastgesteld en het beroep van appellante wordt afgewezen.