ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WW-dagloon ondanks urenverschil tussen dienstverbanden
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar WW-dagloon door het UWV, omdat zij vond dat het loon van haar vorige werkgever ten onrechte voor 32/40e werd meegenomen bij de berekening. Het UWV had haar een uitkering toegekend gebaseerd op een dagloon van €107,26, waarbij rekening was gehouden met een verschil in arbeidsuren tussen haar laatste en voorlaatste dienstverband.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen correct had toegepast. Daarbij werd het beleid van het UWV om artikel 9, eerste lid, van het Besluit niet toe te passen bij een verschil van 5 uur of minder tussen de dienstverbanden, als niet willekeurig beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en ziet geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het WW-dagloon door het UWV bevestigd.