ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn bij WAO-uitkering
Appellant had aanvankelijk geen WAO-uitkering ontvangen en na bezwaar en beroep werd uiteindelijk een uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
De rechtbank kende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro en wettelijke rente over de nabetaalde uitkering, maar wees verdere materiële en immateriële schadevergoeding af. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de materiële schade als gevolg van de vertraagde betaling van de uitkering is opgelost in de wettelijke rente en dat er onvoldoende bewijs is voor toekenning van immateriële schadevergoeding. De medische verklaringen tonen geen verband tussen de onrechtmatige besluiten en het psychisch leed van appellant.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Vergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en wettelijke rente toegekend, verdere schadevergoeding afgewezen.